Het boek van de vijf ringen

januari 22nd, 2012

het-boek-van-de-vijf-ringenGelezen: Miyamoto Musashi, Het boek van de vijf ringen, Altamira-Becht, 2001

“Het boek van de vijf ringen” is een boek waar regelmatig vanuit andere boeken naar wordt verwezen. Mijn verwachtingen waren aanzienlijk hoger, dan het boek kon waarmaken.
Laten we eerst eens naar de flaptekst kijken: “een boek dat door elke manager, elke zoeker naar levenswijsheid en elke beoefenaar van de krijgskunsten zou moeten worden gebruikt”. Tja, maar dit boek bestaat voor een heel groot deel uit aanwijzingen hoe je met zwaarden en zwaardvechttechnieken moet omgaan. Vertel me, wat dat, behoudens voor zwaardvechters, voor relevantie heeft voor managers, zoekers naar levenswijsheid en zelfs voor beoefenaars van krijgskunsten. Ja, zelfs voor beoefenaars van krijgskunsten; wat is de relevantie van zwaardvechten als de strijd tegenwoordig met hele andere middelen plaatsvindt?

In de uitgave die ik heb gelezen, is nog een tweede boek opgenomen “Het boek van de familietradities van de kunst van het oorlog voeren”. In de flaptekst wordt daar niets over gezegd. Het tweede boek wordt zelfs op de titelpagina niet genoemd. Vreemd.
De opname van dit tweede boek roept bij mij vragen op over het boek van Musashi. Als het boek van Musashi werkelijk een oneindige wijsheid bevat, waarom wordt het dan met een ander boek gebundeld. De thematiek van het boek van Munenori is weliswaar gelijk, maar inhoudelijk zijn de boeken onderling zeker niet volledig consistent, ze sluiten niet naadloos op elkaar aan. De denkbeelden van Munenori zijn op punten echt anders dan die van Musashi.

Veel denkbeelden in beide boeken gaan over het handelen zonder te denken. Iets waar een bepaalde logica in zit, veel dagelijkse handelingen doen we immers zonder er bij na te denken. We hebben ze geautomatiseerd, al beseffen we dat niet altijd. Probeer maar eens iets alledaags al denkend te doen. Neem, bijvoorbeeld, “wandelen”, denk na over iedere beweging, iedere spierbeweging, probeer het; waarschijnlijk val je. De boodschap is dan ook dingen zonder denken te doen, denken verstoort het handelen.
Maar, en dat wordt nauwelijks benoemd, je moet iets wel eerst (aan)leren en automatiseren voor je de dingen op basis van intuïtie kan afhandelen. Er zal dus altijd sprake zijn van enkele stadia. In een stadium waarin je aan het eren bent, lijkt het mij onvermijdelijk dat je nadenkt bij je handelingen. Je kan nieuwe handelingen immers alleen aanleren door er heel bewust mee bezig te zijn. Daarna komt er een stadium van veel oefeningen en uiteindelijk kan je de betreffende handelingen uitvoeren zonder erbij na te denken.
Goed, automatiseren van handelingen kan nuttig zijn. Maar, als ambachten minder op de voorgrond treden, dan is maar de vraag of dit allemaal nog zo relevant is. Immers zit je vast in een bepaald patroon van handelen, dan handel je ook zo op momenten dat het niet effectief (meer) is. Zeker in onze tijd, waarin alleen verandering onveranderlijk is, kan het automatiseren van handelingen zelfs tegen je werken. Wanneer je iets eenmaal hebt aangeleerd, dan moet je voortdurend inschatten of dit niet alweer achterhaald is. In een tijd van ambachten (waar je ook het vechten van toen onder kan scharen) kon je je hele leven plezier hebben van een geautomatiseerde handeling. Vandaag echter kan de geautomatiseerde handeling van gisteren alweer achterhaald zijn.
Ook dit roept de vraag op hoe relevant een tekst van enkele eeuwen geleden voor ons nog is. De flaptekst van het boek moet meer dan gerelativeerd worden.

Veel oosterse boeken hebben op ons een mystieke aantrekkingskracht. Het zijn teksten die we voor een wijsheid verslijten die we alleen nog niet begrepen hebben. Dat werkt soms haast hallucinerend. Dat neemt echter niet weg dat datgene wat we niet begrijpen ook gewoon onzin kan zijn. Of, dat die teksten ooit wel zin hadden en zin gaven, maar nu niet meer. Domweg omdat de context veranderd is.

Even een willekeurig citaat uit het boek van Munenori.

Leegte is de kern van het boeddhisme. Er is een onderscheid tussen valse leegte en echte leegte. Valse leegte is een vergelijking voor het niets. Echte leegte is waarachtige leegte, die staat voor de leegte van de geest. Ondanks dat de geest als een lege ruimte is met betrekking tot zijn vormloosheid, is die geest de baas van het lichaam en worden alle handelingen dus in de geest uitgebeeld.
De activiteit en de werking van de geest worden geregeld door de geest. Wanneer de geest niet actief, is hij leeg. Wanneer de leegte actief is, dan is zij de geest. Wanneer de leegte actief wordt, wordt zij de geest en werkt via de handen en de voeten. Omdat het de bedoeling is dat u de handen van de tegenstander die het zwaard vasthouden snel en nog voordat zij bewegen raakt, zegt men ook wel dat u “de leegte” moet raken.

Aanhangers van dit soort filosofieën, zij die er volledig naar willen leven, kunnen in onze tijd alleen maar aarden wanneer zij zich terugtrekken uit de dagelijkse werkelijkheid, uit de banaliteit van alledag. Dat doen ze dan ook. Fysiek of mentaal. Door zich terug te trekken kunnen ze in de dagelijkse werkelijkheid geen rol van betekenis meer spelen. Waarde voor ons handelen en denken missen deze personen. Wie deel uit wil maken van de werkelijkheid moet zijn heil niet zoeken in ideeën die vreemd zijn aan onze huidige realiteit. Zeker als we effectief (of: effectieve managers) willen zijn, moeten we ons maar niet teveel bezig houden met (voor ons?) vage theorieën.

Uit ieder boek dat je leest, haal je wel iets. Dat is de reden waarom ik blijf lezen. Ook boeken waarvan je van tevoren niet zoveel verwacht, leveren eigenlijk altijd wel iets op. Op een aantal denkbeelden uit dit boek verwacht ik nog wel eens terug te komen.

Dit boek op managementboek.nl en op bol.com.

Wat management werkelijk is

januari 14th, 2012

9789058713230-230x290-top-margretta-wat-management-werkelijk-isJoan Margretta, Wat management werkelijk is. Hoe het werkt en waarom het iedereen aangaat, Thema, 2003

Dit boek vormt een zeer bruikbare inleiding op het begrip management en het vak van de manager. De auteur werkt een hele reeks basisbegrippen in heldere bewoordingen uit. Het boek bestaat uit twee delen: “Ontwerp: waarom mensen samenwerken” en “Uitvoering: in de praktijk”. Op gedegen wijze en wars van managementmodes worden de volgende onderdelen behandeld.

Ontwerp:
• Waarde creëren
• Ondernemingsmodellen
• Strategie
• Organisatie
Uitvoering
• De realiteit (over cijfers)
• De echte resultaten (over doelstellingen en maatstaven)
• Op de toekomst gokken (over innovatie en onzekerheid)
• Resultaat boeken
• Mensen managen (over waarden)

Het boek biedt een ideale basis voor iedereen die zich voor het eerst in management gaat verdiepen. Maar dat is niet alles. Het boek biedt ook voor hen die zich al langer met dit verschijnsel bezig houden interessante observaties. Twee daarvan wil ik u niet onthouden. De eerste lijkt iedereen te ontraden zich in het management te gaan begeven.

Het opzetten van een organisatie is een frustrerende bezigheid. De tijd en gebeurtenissen zullen het beste plan achterhalen: op de een of andere manier zult u het ontwerp ontgroeien, u zult hier wat schrappen en daar iets bedenken en omdat het geheel complex is, zal een wijziging ergens anders onbedoelde gevolgen hebben. Een organisatie is altijd moeilijk op één lijn te brengen.

Maar toch, als je generalist bent, dan heeft management je wel iets te bieden. Iets meer dan “iets”, management is een geweldig veelzijdige uitdaging.

In een periode van toenemende specialisatie is management misschien de laatste uitwijkhaven voor de algemeen deskundige. Het vereist zowel technische kennis als inzicht in mensen; het vereist houding en temperament om met dit soort complexiteit, onzekerheden en veranderingen om te gaan. Het vereist analytisch en invoelend vermogen, enthousiasme, nieuwsgierigheid, besluitvaardigheid en geduld. Managers zijn sceptici die overal naar vragen, niets voor waar aannemen en toch anderen moeten vertrouwen om het werk gedaan te krijgen.

De veelzijdigheid die uit het voorgaande citaat blijkt wordt in het boek adequaat uitgediept en toegelicht.

Dit boek op Managementboek.nl

Bas Heijne, Moeten wij van elkaar houden?

januari 8th, 2012

bas-heijne-moeten-wij-van-elkaar-houdenGelezen Bas Heijne, Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed, De Bezige Bij Amsterdam, 2011

Het boek “Moeten wij van elkaar houden?” van Bas Heijne bestaat uit een aantal artikelen waarin hij het rechts populisme ontleedt. Vooral in het hoofdstuk “Een nieuwe beweging” fileert hij het verschijnsel tot op de essenties.

Hierna enkele van de kenmerken van het rechts populisme en enkele reacties hierop door “links” die in het boek aan de orde komen.

Abstracte principes, zoals “de rechtsstaat”
De “progressieve elite” reageert op het populisme met abstracte principes en beginselen die niet aanslaan bij de adepten van het populisme. Sterker het lijken voor deze adepten vage “onwerkelijke abstracties”. De “rechtsstaat” bijvoorbeeld, is in hun ogen een woord waarmee de echte problemen genegeerd worden.
De rechtsstaat gaat uit van de wet die gelijk is voor iedereen. Maar ieder creëert zijn eigen opnies. Die opinies bepalen de kijk op de wereld. Als de rechter in jouw nadeel spreekt of jouw wraakgevoelens onvoldoende bevredigt, dan deugt er niets meer van die rechtsstaat.

Politiek hedonisme & egocentrisme
Heijne kaart ook het fenomeen van het politiek hedonisme aan. Dat is de neiging om te kiezen voor uitingen waar je jezelf prettig bij voelt, terwijl je niet naar de haalbaarheid kijkt of over de consequenties van je uitingen nadenkt. Het is verbaal schieten, schieten, schieten, zonder dat je er iets mee op zal… schieten (inderdaad). In tegendeel zelfs waarschijnlijk. Maar het voelt zo lekker (kennelijk). Grofheid is leuk.

Daarmee krijgt ook het eigentijdse egocentrisme aandacht. De neiging om jezelf als “oké” te zien. Wij willen wel, maar de ander niet. Iedereen staat in zijn (eigen) gelijk en spreekt dat luid uit. Meer dan luid vaak.
De toon van elk debat verhard. In voorbije decennia was nog sprake van een nostalgisch verlangen naar vroeger. Nu is de nostalgie en weemoed verdwenen. De toon is verbeten. De herinnering aan een vermeend aangenaam en vredig verleden wordt omgezet in eisen en dreigementen. Wie te “soft” is (?) kan doodsbedreigingen en scheldkanonnades verwachten.

Het populisme zet zich af tegen het naoorlogse humanisme dat uitgaat van gelijkheid, tolerantie, rechtvaardigheid en solidariteit. Dit humanisme wordt door hele volksstammen niet meer begrepen. Men veronderstelt dat met die houding de eigenheid wordt aangetast in het voordeel van vreemden, onze trots wordt gekrenkt, onze eigen belangen worden weggegooid. Zo wordt gedacht.

Taal en drama
De werkelijkheid wordt voorgesteld als één groot drama, wie daarin niet meegaat, wie niet meehuilt, die is ongeloofwaardig. Die durft de werkelijkheid niet onder ogen te zien. Die is verdacht omdat hij zich in zijn ongepaste humanisme verheven voelt boven de “gewone man”. Die linkse (?) humanist leidt volgens de populist aan een hypocriet positief gevoel over zijn verheven normen en waarden. Links voelt zich goed ten koste van de ander. Links kijkt volgens populistisch rechts weg van de werkelijkheid.

Het populisme, tenslotte, koestert hyperbolisch taalgebruik, bijvoorbeeld de term “straatterroristen”. Het is heel moeilijk een verweer tegen zo””””n kreet te vormen. Wie wil er nou niets doen tegen terrorisme? Sterker, terrorisme vraagt om een meedogenloos antwoord, toch?

Vandaag nog werd het bezoek van Beatrix en Maxima aan een moskee in Abu Dhabi afgedaan als een “trieste wanvertoning”. De populisten konden niet verkroppen dat de dames zich aanpasten aan lokale kledinggebruiken. Opmerkelijk omdat de populisten juist van buitenlanders in ons land verwachten dat die zich wel aan ons aanpassen.
Meten met twee maten, ook een populistisch kenmerk, volgens mij.

En toen?
De grote vraag blijft hoe met het rechts populisme om te gaan. Als je niet meegaat in dit populisme, als je er gevaarlijke trekken in ziet, hoe moet je er dan mee omgaan? In een artikel in NRC “Militant humanisme” (15 december 2011) kiest Heijne zelf voor een tussenpositie “een optimistisch geloof is dat de wereld wel degelijk te verbeteren valt, getemperd door een groot wantrouwen in de menselijke natuur.” Maar keer je het populisme daarmee? Nee, helaas. Als de boodschap de populisten al bereikt, dan zullen zij er doof voor zijn. Je hoort de even loze als voorspelbare reactie al: “linkse prietpraat”.

Heijne analyseert scherp. Ondanks het ontbreken van een pasklaar antwoord op populisme is het boek zeker de moeite waard.

Bespiegelingen
Ach, als het waar is dat “links” zich goed voelt ten koste van de ander en dat “rechts” een goed gevoel heeft bij het roepen van onhaalbare intenties, dan is er in ieder geval één zaak waarin de uitersten elkaar ontmoeten, namelijk in hun hedonisme! Iedereen roept maar wat om zich lekker te voelen. Ongeacht de implicaties voor anderen. Zijn we echt zo ver afgegleden?

Net bedacht ik dat ik dit boek waardeer omdat er intelligentie uit spreekt en een onafhankelijke onbevooroordeelde geest. Leid ik daarmee in het huidige gesternte mijn eigen eenzaamheid in? Onbevooroordeeld zijn zal voor de populist voor gemakzucht staan. Je neemt immers geen standpunt in (lijkt het), dat moet een populist wel voor slapheid verslijten. Zonder ferme standpunten heb je afgedaan, toch? Of is het rechts populisme kleiner in belang, dan de overmatige (?) media-aandacht doet veronderstellen en zijn er nog steeds meer mensen die wel hechten aan nuances, aan denken, aan verstand en aan (groot woord) wijsheid?

Lees ook: De verlichting staat voor rust al 10-0 achter!

Dit boek op Bol.com.

Wie is er nou…?

januari 2nd, 2012

Reed ik gisteren op een kruising af. Komen er van rechts een auto en een scootertje, beiden met hun richtingaanwijzer naar rechts aan. Ik moest naar links, het verkeer kruiste elkaar niet, dus ik ging naar rechts. Toen ik de bocht al uit was hoorde ik een heftig getoeter achter me. Het scootertje. Dat was dus rechtdoor gekomen en had kennelijk niet eens door dat zijn richtingaanwijzer nog steeds knipperde. Want… die knipperde nog steeds. Naar rechts. Maar naar rechts kon je voorlopig niet, want daar ligt een vaart. Tot twee keer toe probeer ik door kort ook richting naar rechts aan te geven de scooterrijder te attenderen op zijn knipperende richtingaanwijzer. Geen effect. Nou, geen? De scooterrijder zat heftig hoofdschuddend op zijn scootertje. Kennelijk om mijn onnozele, want volstrekt nutteloze richting aangeven, te veroordelen als volstrekt stompzinnig. Geen moment kwam het blijkbaar in hem op dat daar wel degelijk een reden achter kon zitten. Een kilometer verder sloeg het scootertje af. Naar rechts. Daarna was zijn richtingaanwijzer uit. Eindelijk.

Antonio Damasio, De vergissing van Descartes

december 28th, 2011

damasio-de-vergissing-van-descartesGelezen: Antonio R. Damasio, De vergissing van Descartes. Gevoel, verstand en het menselijk brein, Wereldbibliotheek Amsterdam, 2006

Patiënten met een bepaald soort hersenletsel vertonen merkwaardig gedrag. Rationeel lijkt er niets met hen aan de hand. Maar tot een beslissing komen wanneer hen een keuze wordt voorgelegd kunnen sommigen niet.
Antonio Damasio schets de reactie van de patiënt Elliot die een probleem op allerlei manieren wist te beredeneren, maar die na de oefening aangaf nog steeds niet te weten wat hij zou moeten doen. Hij kon alle afwegingen prima rationeel beredeneren, maar tot een keuze komen was voor hem onmogelijk.
Uit onderzoek blijkt dat in een bepaald deel van de hersenen bepaalde processen samenkomen, processen die te maken hebben met:
• vooruitdenken;
• het nemen van persoonlijke sociale beslissingen;
• de totstandkoming van emoties;
• het bewaren van mentale voorstellingen.
Evolutionair gezien moet dit wel een bijdrage leveren aan de overleving van de soort. Het is dus een samengaan dat “nuttig” voor ons moet zijn.

Damasio stelt dat het nemen van een beslissing volgens de volledig rationele benadering veronderstelt dat we allerlei afwegingen maken, deze toetsen op hun mogelijke uitkomsten, afwegen wat voor ons de voor- en nadelen van bepaalde uitkomsten zijn en dat wij daarmee “calculeren” wat voor ons de beste uitkomst is. Maar… meestal beslissen wij in een split second, zonder dat wij bewust allerlei van dit soort afwegingen maken. Bovendien is het helemaal niet zo gemakkelijk om de gunstigste uitkomst te calculeren. In de dagelijkse realiteit moeten we immers maar al te vaak appels en peren met elkaar vergelijken. Met onvergelijkbare grootheden “calculeren” is ondoenlijk.

Damasio beredeneert dat zich in ons brein somatische stempels vormen. Deze stempels geven een negatief gevoel als zich een bepaalde situatie voordoet waarvan we “geleerd” hebben dat deze slecht voor ons uit kan pakken. Dat stempel “zegt ons”: doe dit niet, dit leidt tot onaangename resultaten. Door deze stempels wordt het aantal alternatieven bij beslissingen snel gereduceerd. Somatische stempels zijn een speciaal soort gevoelens. gevoelens die ons in staat stellen snel tot beslissingen te komen. Gevoelens die onze rationaliteit helpen bij het nemen van besluiten. Gevoelens ook die zo sterk op ons kunnen drukken dat het onberedeneerde de overhand kan krijgen, zoals bij allerlei fobieën.

Damasio geeft in zijn boek nog een sprekend voorbeeld hoe een en ander disfunctioneert bij specifiek hersenletsel. Hij geeft een patiënt twee mogelijkheden voor een volgende afspraak. De patiënt wikt en weegt. Dit laat Damasio een kwartier lang doorgaan. Dan zegt hij dat de tweede mogelijkheid hem het beste lijkt. De patiënt geeft onmiddellijk aan dat dit in orde is en vertrekt gelijk daarna. Zelf kon hij niet tot een besluit komen. Een duwtje van een ander en het probleem is opgelost.

Biologische drijfveren, emoties en lichaamstoestanden lijken een noodzakelijke basis te vormen voor rationaliteit.
Descartes ging uit van de scheiding tussen lichaam en geest. Damasio stelt dat die scheiding er fetelijk niet is. De idee dat lichaam en geest gescheiden zijn is de vergissing van Descartes waar de titel van dit boek naar verwijst.

Een citaat uit het boek:
En het is natuurlijk een moeilijke karwei, nietwaar om de geest van zijn voetstuk in een niemandsland naar een omschreven plek over te brengen en tegelijkertijd zijn waarde en betekenis onaangetast te laten; om zijn nederige oorsprong en kwetsbaarheid te erkennen en ons toch door hem te laten leiden. Dat is zonder meer een moeilijk en noodzakelijk karwei, maar als we dan niet doen, kunnen we de vergissing van Descartes beter niet corrigeren.

Een intrigerend boek.

Dit boek bij Bol.com.

Kwetsbaarheid van organisaties

december 27th, 2011

Organisaties bestaan uit mensen. Een open deur natuurlijk. Maar toch. Wie enige tijd mee loopt weet hoe moeilijk het is om alle koppen dezelfde kant op te krijgen. Ieder brengt zijn eigen ideeën, gevoelens en waarden mee. Ieder maakt zijn eigen keuzes. Soms ga je mee met ideeën en bevelen van hogerop. “Oké”, is het dan, “hiermee kan ik het eens zijn.” Een andere keer negeer je wat er op je afkomt. “Ze kunnen de pot op!”
Een richting kiezen is één ding, iedereen die kant op krijgen is iets heel anders. Dat vraagt om veel inspanning, veel initiatieven, om consistentie en coherentie en, niet te vergeten, om onderhoud!
Als een organisatie eenmaal een aantal kernwaarden heeft opgebouwd, dan kan dat onvermoede krachten losmaken. Het zorgt voor een bedding waarbinnen individuen hun flow kunnen vinden en beleven. Werk is leuk en motiveert om er nog meer van te maken.
Wanneer de organisatie een nieuwe leider krijgt die deze kernwaarden niet in het bloed heeft gebeuren er altijd dingen die de kernwaarden bedreigen. Er wordt niet alleen geen onderhoud meer gepleegd, nee, er gebeuren dingen die strijdig zijn met de kernwaarden. Ook hier is het effect sterk. De bedding is verstoord, de flow is weg. Mensen merken dat wat zij dachten en deden kennelijk niet meer wordt gewaardeerd. De motivatie daalt, mensen doen nog net wat ze moeten doen, maar niet meer dan dat. In het ergste geval gaan zij zich onveilig voelen en kruipen in hun schulp. Kritiek uiten, feedback geven, het gebeurt niet meer. De nieuwe leider hoort geen enkel tegengeluid meer en meent dat hij iedereen mee heeft. Gelatenheid wordt geïnterpreteerd als enthousiasme. En de mensen voelen zich steeds minder verwant met de organisatie. De besten vinden snel werk buiten de organisatie.
De kernwaarden van een organisatie zijn kwetsbaar als de leiding daar niet meer naar leeft en handelt.
Het rendement van jaren investering kan in enkele maanden verdampen en omslaan in verlies. Verlies voor iedereen, voor het bedrijf in geld, voor de medewerkers in werkplezier en voor de leiding in hun conduitestaat (en bonus).

De beleveniseconomie & De blauwe oceaan

december 22nd, 2011

In dit weblog besprak ik laatst het boek De beleveniseconomie van Pine en Gilmore en ook het boek De blauwe oceaan van Kim en Mauborgne. In het stuk over De beleveniseconomie gaf ik aan het betoog voor het versterken van klantbelevenissen en dergelijke te generiek te vinden. De blauwe oceaan maakte mij duidelijk (lees terug…) dat de kern van De beleveniseconomie een mogelijke weg is voor een blauwe oceaan strategie. Dat, waar het veranderen van een op emotie gericht product in een gemakkelijk en goedkoop te verkrijgen product dat overigens net zo goed kan zijn!

Nog een notie: als iedereen de inhoud van De beleveniseconomie gaat volgen, dan wordt dat weer domweg een “me too-strategie”, ofwel: een rode oceaan strategie.

De blauwe oceaan op Managementboek.nl
De blauwe oceaan op Bol.com
De beleveniseconomie op Managementboek.nl
De beleveniseconomie op Bol.com

De blauwe oceaan

december 18th, 2011

9789047004394-de-blauwe-oceaanGelezen: W. Chan Kim & Renée Mauborgne, De blauwe oceaan, Uitgeverij Business Contact, 2009

Een blauwe oceaan is een deel van de markt dat door een bedrijf wordt ontsloten door sterk af te wijken van het gedrag van de concurrenten. Door dergelijke marktdelen aan te boren worden echt nieuwe markten aangeboord. Het is geen gevecht om meer marktaandeel, de markt wordt uitgebreid. Door dergelijke marktdelen te vinden en te betreden ontstaat een zone waar een bedrijf nauwelijks concurrentie ondervindt, waar dus veel beter rendementen mogelijk zijn dan in al (grotendeels) verzadigde markten, de rode oceanen.
In blauwe oceanen onderscheiden bedrijven zich echt van hun concurrentie, in rode oceanen volgen bedrijven doorgaans “me too-strategieën”.

Als je dit boek leest heb je de neiging voortdurend te zoeken naar blauwe oceanen in jouw eigen sector. Oeps, dan wordt het lastig. Het boek ademt uit dat er voor ieder bedrijf blauwe oceanen aan de einder gloren. Maar… Is dat wel zo? Bestaan er voor iedere sector blauwe oceanen? Of zijn sommige bedrijfstakken gedoemd altijd in de traditionele, overvolle rode oceanen te opereren? Nergens in het boek wordt hier een uitspraak over gedaan. Wel wordt gelukkig enkele malen opgemerkt dat het niet verkeerd is om (ook) in rode oceanen actief te zijn. Is dat het vangnet voor bedrijven die echt geen blauwe oceaan weten te ontsluiten?

Het boek is sterk op de consumentenmarkt en veelal ook op massaal geproduceerde goederen gericht. De business to business markt blijft onderbelicht, hetzelfde geldt voor de markt met de overheid als opdrachtgever, waar de regeldichtheid ten aanzien van aanbestedingen hoog is. Voor mijn eigen sector, de advieswereld, is de vertaalslag dan nog lastig.
Het blijft wat onbevredigend. Je blijft je wat dom voelen als je voor je eigen bedrijf die blauwe oceaan die er toch lijkt te moeten zijn, (nog?) niet kunt ontwaren.

In één voorbeeld komt de overheid aan bod, dat betreft de New Yorkse politie. In het voorbeeld gaat het eigenlijk niet over een echte blauwe oceaan. Immers de markt die de New Yorkse politie heeft is een monopolie en kan dus door activiteiten van de New Yorkse politie niet echt in een nieuwe blauwe oceaan veranderen. In dit voorbeeld gaat het meer om verhoging van de effectiviteit door andere dingen te gaan doen. Het past eigenlijk niet zo goed in het boek. Het is meer een goed uitgevoerde rode oceaan activiteit.

Kim en Mauborgne constateren nuchter dat ieder bedrijf te maken heeft met blauwe en rode oceanen:

Omdat blauwe en rode oceanen echter altijd naast elkaar hebben bestaan, vereist de praktijk dat bedrijven in beide oceanen succes hebben en de strategieën voor beide oceanen beheersen. Maar omdat bedrijven allang weten hoe ze moeten concurreren in rode oceanen, moeten ze alleen nog leren hoe ze de concurrentie buitenspel zetten.

Wellicht is niet voor ieder bedrijf een blauwe oceaan weggelegd. Maar, het boek is alleen al de moeite waard om het besef te kweken dat je als bedrijf in een rode oceaan opereert met de daarbij behorende strategieën. Dat opent nieuwe perspectieven.

Ook de tekst over de aanpak van veranderingen is zeer de moeite waard. Er worden enkele zeer illustratieve voorbeelden gegeven van goede en foute aanpakken (zie het citaat dat ik heb toegevoegd aan http://www.markensteijn.com/verandering.htm).

Een aanrader, dit boek!

Dit boek op Managementboerk.nl
Dit boek op Bol.com

De waarde van tegengestelde voorkeuren

december 17th, 2011

In Persoonlijk meesterschap in management beschrijft Quinn treffend onze blindheid voor kwaliteiten van anderen in onze organisaties. Doordat we, onbewust, uitgaan van ons eigen waardenkader, zien we in onze eigen ogen vreemde ideeën en gedragingen. Wat we vreemd vinden veroordelen we vaak maar al te makkelijk met emotionele uitspraken. We veroordelen wat ons zelf vreemd is. Terwijl dat vreemde eigenlijk onze eigen beperkingen vaak zo mooi kan aanvullen.
De gedachte dat de aanwezigheid van verschillende kwaliteiten bij deelnemers van een team tot betere resultaten van dat team kunnen leiden is de basis van alle teamrollenmodellen, diversiteit leidt tot betere beslissingen en tot betere resultaten (lees ook: http://pm3.markensteijn.com/projectteam.htm).

Het citaat van Quinn:

Mensen zijn daar zeer uitgesproken in en vinden het vaak moeilijk om enige waarde te zien in tegengestelde meningen. Aangezien waarden vaak impliciet zijn, beseffen de meeste mensen niet dat zij een stel idealen en voorkeuren ten aanzien van organisatie met zich meedragen en dat er ook voordelen zijn verbonden aan diametraal tegenovergestelde voorkeuren. Deze voorkeuren worden doorgaans niet onder woorden gebracht. In plaats daarvan worden zij uitgedrukt als blinde, ethische uitspraken die boosheid weerspiegelen over conflicten in de organisatie: ””””Jan is te zacht; hij runt het bedrijf als een sociëteit; Susan is een stijfkoppige dictator, zij runt het bedrijf als een gevangenis””””.

Taleb en beloning

december 10th, 2011

Bedrijven belonen de top vaak royaal, en soms buitensporig. Topmanagers (managers die aan de top van een organisatie staan) worden betaald voor hun prestaties. Of, dat hoor je ook nog weleens, om hen vast te houden, anders gaan ze weg (naar het buitenland). Kennelijk geldt dat aan topmanagers grote waarde wordt toegekend voor de organisatie waarbinnen zij een positie bekleden. Maar, is die waarde eigenlijk wel te bepalen?

The higher up the corporate ladder, the higher the compensation to the individual. This might be justified, as it makes plenty of sense to pay individuals according to their contributions. However, and in general (provided we exclude risk-bearing entrepreneurs), the higher up the corporate ladder, the lower, the evidence of such contribution. I call this the inverse rule.

De effectiviteit van topmanagers is dus nauwelijks aantoonbaar. En, hoe groter de organisatie, hoe moeilijker het te bewijzen is. Maar, geen probleem, goede en slechte beslissingen zijn toch niet te onderscheiden. Dus zelfs met slechte beslissingen kan je altijd nog winst maken. Of dat nou door willekeur komt of niet, maakt niet uit.

There seems to be no such thing as a foolish decision if it results in profits. “Money talks,” we are often told. The rest is supposed to be philosophy.

Zelfs het succes van (enkele) bedrijven overkomt dat succes, het succes kan terug worden gevoerd op willekeur.

There are so many companies doing all kinds of things that some of them are bound to make “the right decision.”

Succes kan zomaar per ongeluk ontstaan.

Velen zullen het succes toeschrijven aan bijzondere eigenschappen van de topmanager. Dat, terwijl het oorzakelijke verband tussen het succes en de prestatie van die topmanager vrijwel onaantoonbaar is.

Is dit nu een troost of leidt het tot een ongrijpbare treurnis over het feit dat we als managers kennelijk niets echt in de hand hebben?

Alle citaten uit: Nassim Nicholas Taleb, Fooled by randomness, Penguin Books, 2007

Lees ook: Aandeelhouderswaarde… of speculatiewaarde (http://www.markensteijn.com/speculatie.htm)