In “De zeester en de spin” behandelen Brafman en Beckstrom de verschillen tussen gecentraliseerde en gedecentraliseerde organisatievormen. De zeester staat daarbij symbool voor de gedecentraliseerde organisatievorm. Vooral omdat de armen van de zeester een hoge mate van autonomie kennen. Er zijn soorten waarbij de afgesneden armen weer opnieuw aangroeien, en zelfs soorten waarbij uit de afgesneden arm, of delen daarvan, een volledig nieuwe zeester kan groeien. De spin staat symbool voor gecentraliseerde organisatievormen. Snij je een poot af, dan is die voor altijd weg en belemmert dit de spin in hoge mate in diens functioneren.

 

Een citaat van Brian Robertson:

Een geliefde leider is net ontslagen en iemand uit zijn team, die het vertrek van zijn baas betreurt, spreekt een collega aan met de woorden: ‘Wie zal ons nu empoweren?’
Ik vond de ironie in die uitspraak even schrijnend als verhelderend. Want het is kenmerkend voor een slachtoffer om behoefte te hebben aan een ander die hem kracht geeft. Ook brachten deze woorden een vervelend neveneffect aan het licht van het werk van leiders met goede bedoelingen. Door anderen kracht te geven in een bedrijfsstructuur die mensen juist per definitie hun kracht ontneemt, dringen ze anderen paradoxaal genoeg de slachtofferrol op.

In de jaren negentig van de vorige eeuw kreeg risicomanagement als apart aandachtsgebied binnen het projectmanagement voor het eerst uitgebreid aandacht als apart beheersingsinstrument. Daarvoor was risicodenken deel van het domein van de projectleider. Onder de noemer risicomanagement werd het omgaan met risico’s steeds explicieter gemaakt. In de infrastructuur werd de RISMAN-methode ontwikkeld. En overal ontstonden risico-overzichten met beheersmaatregelen. Daarna kwamen de top 3-, top 5- top 10-risicolijsten. Al gauw werden die een verplicht onderdeel van projectplannen en rapportages.

Waar “Invloed” over beïnvloeding van anderen ging, daar gaat “Pre-suasion” over het rijp maken van mensen voor de beslissing die je hen wilt laten nemen. In het boek geeft Cialdini tal van voorbeelden hoe je mensen ontvankelijk kan maken voor zo’n beslissing.

Eigenlijk is het wel logisch dat een Engelstalig begrip niet zo goed past bij het Rijnlands denken. Rijnlands denken wordt immers steevast tegenover het Angelsaksisch denken geplaatst.

In het boek “De hark voorbij” van Harold Janssen komen zogenaamde ‘best practices’ een aantal keren voorbij. Vrij terloops overigens. In eerdere teksten heb ik mijn eigen bedenkingen over ‘best practices’ al eens geuit (Lees: “Best practice” en “Bezwaren rond Best Practices”). Het is interessant te zien dat dergelijke bedenkingen ook door Janssen worden beleefd vanuit het Rijnlands gedachtengoed.