Afdrukken

Als organisaties bezig zijn om te transformeren naar zelfsturing, dan wordt dit vaak gedaan onder het mom van het terugbrengen van “de menselijke maat”. Laatst hoorde ik dat ook weer door iemand zeggen. Ik voelde er een licht ongemak bij en dat zette me aan het denken.

Laat ik eerst voorop stellen dat ik een groot voorstander ben van het vergroten van zelfsturing, of beter: van decentraal samenwerken. Het is de toekomst en er zijn tal van redenen om dit te doen. Ik heb daar eerder over geschreven, lees bijvoorbeeld “Holacracy en ik”. Het voert te ver om daar in dit blog ver op in te gaan.

Ik begrijp ook nog wel zo ongeveer wat er bedoeld wordt met “het terugbrengen van de menselijke maat” in organisaties. Veel organisaties zijn verbureaucratiseerd. Ze schrijven precies voor wat een ieder in welke omstandigheid moet doen en zij trainen en beoordelen hun mensen daarop. Dat laat weinig vrijheid over voor een individuele invulling en het biedt ook weinig hoop op een accuraat inspelen op specifieke omstandigheden.
De menselijke maat terugbrengen duidt er op dat medewerkers veel meer vrijheid moeten krijgen om in te spelen op specifieke omstandigheden en dat medewerkers dat op een manier moeten kunnen doen die bij hen past. En ook dat medewerkers dat allemaal mogen zonder handboeken te hoeven raadplegen of toestemming te hoeven vragen aan managers.

Waarom dan toch dat ongemakkelijke gevoel bij het gebruik van de uitdrukking menselijke maat? Ik denk dat het in het volgende zit.

Het woord “maat” past in de wereld van de procedures, de handboeken en de bureaucratisering. Waarom zou je immers spreken over een maat, als juist het specifiek op een eigen wijze inspelen op steeds weer andere situaties de bedoeling is? Daarvoor kan je immers helemaal geen maat vaststellen?!

De uitdrukking “de menselijke maat” suggereert, zoals ik hiervoor impliciet eigenlijk al zei, dat er een menselijke maat is, dat deze hard te maken is en dat deze meetbaar is. Maar, wat is dan de menselijke maat, als we allemaal verschillend zijn en als we daar juist ruimte voor willen maken? Die maat verschilt voor ieder werkend individu en ook voor ieder individu waar deze werker mee in contact komt. Dus: als je al over een maat zou willen spreken dan is er een maat voor ieder individu en iedere omstandigheid. Maar, dan is het juist geen maat meer, toch?

Het is misschien wat muggezifterig, want waarschijnlijk wordt het voorgaande ook wel bedoeld met die menselijke maat. Maar nee, helemaal passend is die uitdrukking  niet. Voor mij althans niet, omdat ik er die andere associaties bij heb. En: bij een andere manier van werken hoort ook andere taal.