Manfred Kets de Vries & Elisabeth Florent-Treacy, Uitgeverij Nieuwezijds. 1998.

Hierna een aantal gedachtespinsels na lezing van het bovenstaande boek.

Eén van de uitgangspunten in het boek Leiderschap van wereldklasse (zie p. 24) is dat “mondiaal worden” op dit moment een van de belangrijkste uitdagingen voor leiders is. In “mondiaal worden” zitten groeipotenties. Als de concurrentie het ook doet, kan hij schaalvoordeel halen, waardoor hij, als jij niet meegaat, concurrentievoordeel kan pakken. Hierin liggen redenen voor mondialisering.
In mijn ogen is mondialisering geen autonome reden zoals hier lijkt te worden gesuggereerd.
Het boek richt zich op mondialiserende firma´s. Goed leiderschap kan echter ook betekenen dat je kiest voor een lokale niche.

Managementboeken richten zich vaak op de top van de grootste ondernemingen, zowel voor de voorbeelden als in hun aanbevelingen. Het overgrote deel van de leiders zit op een lager niveau in organisaties en werkt gebonden aan één land.
Groei en ontwikkeling op elke plek en elk niveau verdient gelijkwaardige aandacht.
Het besproken boek draait rond enkele geselecteerde rolmodel-leiders. De voorkeur van de schrijvers voor een bepaald soort leiderschap bepaalt de selectie en de selectie bepaalt de uitkomst. De uitkomst is in die zin een self-fulfilling prophecy met een schijn van wetenschappelijkheid.

In het boek worden conclusies gebaseerd op uitlatingen van de geïnterviewden. Dit levert een amalgaam van to-do´s op, maar raakt niet de kern van wat leiderschap is.
In mijn eigen artikelen ga ik verder. Overigens zijn de uitkomsten in dit boek zeker niet strijdig met mijn denkbeelden.

  • Materiedeskundigheid is terug te vinden in het “inlezen in de materie”;
  • Analytisch vermogen. Er is in het boek veel aandacht voor cognitieve complexiteit;
  • Motiverend vermogen, sociale vaardigheden en overtuigingskracht zijn allen ruim aanwezig. De overeenkomsten zijn evident.

Het omgaan met cognitieve complexiteit wordt als onderscheidend voor de geïnterviewde leiders genoemd. Om de top te bereiken lijkt mij dit ook essentieel. Het is niet voor elke leidinggevende positie in dezelfde mate van belang. Hoewel ik verband zie met de eigenschap analytisch vermogen kan zeker niet gesteld worden dat dit exact hetzelfde is.
Het kunnen omgaan met cognitieve complexiteit geeft een mens wel de mogelijkheid om in andere vakgebieden actief te worden. Wie goed kan omgaan met cognitieve complexiteit kan zich snel in een nieuwe materie en omgeving verdiepen. Naarmate iemand beter kan omgaan met cognitieve complexiteit is zijn materiedeskundigheid minder relevant. Zo iemand moet in staat worden geacht zich een ander vakgebied snel eigen te maken en een gebrek aan materiedeskundigheid te compenseren door anderen te betrekken bij moeilijke zaken die sterk materiegebonden zijn.
Ik zie dit niet als een generieke leiderschapseigenschap. Ik ken leiders die hierin niet sterk zijn, maar wel in hun gebied prima opereren. Het is een nauwelijks te ontwikkelen eigenschap en de meeste leidinggevenden zullen/kunnen op dit punt niet excellent opereren. Vandaar dat ik materiedeskundigheid een belangrijker status toedicht.
Weinigen kunnen omgaan met cognitieve complexiteit. Enkelen wel, de meeste mensen niet. Wellicht stelt dat een natuurlijke grens aan de top van het leiderschap. Hoe meer iemand hierover beschikt, hoe hoger hij in een organisatie kan klimmen en in hoe meer en verschillender metiers hij actief kan zijn.

Zie ook “Topman Barnevik vertrekt bij ABB”.

 

The New Global LeadersDit boek (in het Engels) op managementboek.nl en op bol com

Toevoeging 4 september 2011:
Manfred Kets de Vries pakt geslaagde leiders als voorbeelden. Ach, die hebben waarschijnlijk gewoon geluk gehad. En, die hebben wellicht dezelfde eigenschappen als andere entrepreneurs die pech hebben gehad. Maar, door die pech zijn die laatsten nooit in het voetlicht komen te staan. Daardoor denken we nooit: laten we eens naar de eigenschappen van de pechvogels kijken, dan kunnen we leren hoe het niet moet. Een citaat van Nassim Nicholas Taleb: 
I showed how we tend to mistake one realization among all possible random histories as the most representative ones, forgetting that there may be others. In a nutshell, the survivorship bias implies that the highest performing realization will be the most visible. Why? Because the losers do not show up.

Uit:
Fooled by Randomness, Nassim Nicholas Taleb

Toevoeging 25 oktober 2011:
Al in 1979 (sorry, ik las het nu pas) signaleerde Karel van het Reve in zijn Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes vergelijkbare dwalingen in de literatuurwetenschap. Hij illustreerde dit als volgt:
Het is net als wanneer een heleboel mensen Harry Mulisch een heel interessante figuur vinden, veel interessanter dan bijvoorbeeld Biesheuvel, waar niemand iets aan vindt - ik bedoel Barend, niet Maarten - en dan gaat een beoefenaar van een wetenschap, ik weet niet zo gauw hoe ik die wetenschap moet noemen...

-De figuurwetenschap.

...dan gaat een vertegenwoordiger van de figuurwetenschap uitvoerig beschrijven hoe Mulisch in elkaar zit, en dan blijkt als puntje bij paaltje komt zijn beschrijving ook op Biesheuvel te slaan.

Taleb zet ook in The Black Swan vraagtekens bij de aanpak van dit soort boeken:

Numerous studies of millionaires aimed at figuring out the skills required for hotshotness follow the following methodology. They take a population of hotshots, those with big titles and big jobs, and study their attributes. They look at what those big guns have in common: courage, risk taking, optimism, and so on, and infer that these traits, most notably risk taking, help you to become successful. You would also probably get the same impression if you read CEOs' ghostwritten autobiographies or attended their presentations to fawning MBA students.

En nog een citaat:

The entire notion of biography is grounded in the arbitrary ascription of a causal relation between specified traits and subsequent events. Now consider the cemetery. The graveyard of failed persons will be full of people who shared the following traits: courage, risk taking, optimism, et cetera. Just like the population of millionaires. There may be some differences in skills, but what truly separates the two is for the most part a single factor: luck. Plain luck.

Beide citaten uit: The Black Swan van Nassim Nicholas Taleb

The Black SwanTaleb, Nassim Nicholas, The Black Swan.
Dit boek op Managementboek.nl en op bol.com

Bespreking: The Black Swan

 

Misleid door toevalTaleb, Nassim Nicholas, Misleid door toeval.
Dit boek op Managementboek.nl en op bol.com

Bespreking: Fooled by Randomness (Misleid door toeval)