Naar de relatie tussen sport en leiderschap is via een reactie op deze website gevraagd. Analoog aan mijn stukje over “leger en leiderschap”[i] kan ik ook hier stellen dat materiedeskundigheid een absolute vereiste is voor het innemen van een positie als leider. Of het daarbij gaat om een positie als coach, trainer, aanvoerder of arbiter maakt daarbij niet uit. Zonder materiedeskundigheid zal eenvoudig niemand een ander als sportleider accepteren[ii]. Hier nogmaals[iii] de waarschuwing dat open deuren vaak het gemakkelijkst over het hoofd worden gezien als de essenties van een onderwerp worden onderzocht. Pas als ze toch worden genoemd noemt iedereen het open deuren. De noodzaak dat een sportleider over materiedeskundigheid dient te bezitten is zo´n open deur. Even intrappen dus!

Ooit zat ik in een zaaltje waar Enneus Heerma act de presence gaf. Eerlijk gezegd had ik daar van tevoren geen hoge verwachtingen van. De man had op televisie nauwelijks uitstraling. En omdat dat het enige beeld was waarop mijn voorkennis over deze man gebaseerd was, vroeg ik me af waarom nou net hij was uitgenodigd. Mijn verwachtingspatroon was niet negatiever dan dat van de andere aanwezigen.
Enkele uren later stonden deze vooringenomen denkbeelden volledig op de tocht. We beleefden een boeiend betoog, hingen aan ´s man´s lip en waren ook door de inhoud onder de indruk.
Een vraag kwam in mij op. Hoe kan het dat je op basis van televisiebeelden zo´n totaal verkeerde indruk van iemand kan krijgen?

In de pers is regelmatig te lezen dat medewerkers hunkeren naar leiders met charisma[i]. Volgens mij wordt bedoeld dat medewerkers hunkeren naar leiders waarin ze geloven. Leiders die voor hen overtuigen als leider.
En dat wordt charisma genoemd?
Ik hou het erop dat echte leiders voor hun medewerkers altijd legitimiteit bezitten[ii]. Elders[iii] heb ik al betoogd dat charisma een onbruikbaar begrip is voor het duiden en begrijpen van leiderschap. In dit stukje betoog ik dat charisma (zoals het in het dagelijks spraakgebruik wordt gebruikt[iv]) bij leiders desastreus kan uitpakken.

Opportunisme

Iemand heeft ooit gezegd dat alles wat geld opleverde voor hem een kerntaak was. In het licht van het belang van materiedeskundigheid binnen bedrijven kunnen daar de nodige kanttekeningen bij worden geplaatst. In het algemeen is het om allerlei redenen beter je tot kerntaken in de gebruikelijke betekenis te beperken.
Toch is het opportunisme uit de andere definitie ook heel gezond. Bedrijven zijn er om geld te genereren, winst te maken. Een te starre focus op kerntaken kan beperkend werken. Nieuwe markten of producten blijven buiten beeld als teveel vanuit het bekende wordt gedacht en gewerkt. Het afketsen van ideeën omdat ze niet in overeenstemming zijn met de kerntaken kan tot demotivatie en het vertrekken van medewerkers leiden. Het kan ook leiden tot het doden van alle initiatieven en van entrepreneurschap. Al is dat laatste een wel erg zwart scenario.

In mijn ogen is het vrijwel wet dat kroonprinsen in bedrijven nooit de opvolger worden. Als je de reden zoekt, dan blijkt deze uiteindelijk zo vanzelfsprekend dat het onvoorstelbaar is dat je ´m niet eerder zag. De reden ligt in slecht leiderschap.
Een topman die een kroonprins heeft gekweekt moet wel een matig leider zijn. De laatste wens die hij met zijn vertrek gehonoreerd wil zien wordt genegeerd. Niet de kroonprins wordt de nieuwe topman, maar een ander. Het is alsof er gewacht is op zijn vertrek om een nieuwe frisse wind te laten waaien. De baas was niet, niet meer of nooit erkend als leider. Zijn wens is niet verhoord. Door de
macht van zijn positie heeft de topman overleefd. Met zijn vertrek valt ook die macht weg. Anderen beslissen over zijn opvolging. Zijn beoogde opvolger wordt het niet. Dit is de eerste indicatie dat hij in leiderschap min of meer gefaald heeft. Zijn wil en advies worden niet gevolgd. De kroonprins sneuvelt.