Veel organisaties zijn wars van ongelijkvormigheid. Ze vinden het gek dat twee projectplannen, om maar een voorbeeld te noemen, er binnen de organisatie verschillend uitzien wat uiterlijk, inhoud en opbouw betreft. De roep om uniformiteit leidt ertoe dat allerlei processen en documenten in standaardvormen worden gegoten.

 

Een collega deed een dure managementcursus en kwam enthousiast terug. Het was iemand die sommige dingen niet begreep. Hoe je het ook probeerde uit te leggen, het kwam niet over. Over de cursus zei hij: “ik wist helemaal niet dat dat niveau bestond”.

Het persoonlijkheidstype dat gek is op procedures en regels en op het vastleggen daarvan heet in Management Drives: blauw. Die blauwe mensen proberen alles in procedures te vatten. Als ze een verbetering in het werk willen bewerkstelligen, dan doen ze dat door ergens in de handboeken een verandering door te voeren. Dat er mensen zijn die nooit in de handboeken kijken en deze alleen maar als ballast ervaren, dat kunnen zij zich niet voorstellen.

De appendix van de blindedarm (het wormvormig aanhangsel) is bij de mens een lichaamsdeel dat geen echte functie meer heeft. Het is overbodig maar het is ook niet schadelijk voor de mens. Eigenlijk net als ons stuitje, dat een soort herinnering vormt aan het feit dat onze voorlopers staarten hadden.

In organisaties is altijd sprake van groepsdruk. Mensen willen als lid van een groep niet als buitenstaander of zonderling worden gekwalificeerd. Groepsdruk leidt er soms toe dat aanwezigen in een vergadering meegaan met ideeën omdat andere dat ook doen. Soms leidt dat er toe dat besluiten worden genomen die niet wenselijk zijn, niet werken en die volledig verkeerd kunnen uitpakken.