Zelfs in hiërarchische organisaties kan iets ontstaan dat de beperkingen van zo’n organisatie met al zijn machtsspelletjes ontstijgt. McGregor refereert in zijn “The Human Side of Enterprise” aan een onderzoek waar een zeer succesvol bedrijf niet aan alle normen van klassieke organisaties bleek te voldoen.

Wat McGregor hier beschrijft is een inzicht dat tegenwoordig algauw onder het containerbegrip “organisatiecultuur” zou worden gevat. Maar, wat McGregor stelt en hoe hij het stelt maakt het wel een stuk grijpbaarder dan wanneer we het begrip “organisatiecultuur” er aan zouden verbinden.

Als managers het hebben over lerende organisaties, dan denken ze vooral aan hoe ze dat leren moeten managen. En als je aan managen denkt, dan denk je niet aan doen. En als manager denk je vooral niet aan jezelf. Managers denken dan aan hun medewerkers. Ze bedenken hoe hun organisatie kan leren, en dat betekent hoe hun medewerkers kunnen leren. Bijvoorbeeld uit lessen die getrokken kunnen worden uit ervaringen, ook uit ervaringen die de betreffende medewerkers niet zelf hebben doorleefd.

Peter Drucker is een managementgoeroe. In “The Daily Drucker” zijn stukken tekst opgenomen uit zijn vele boeken. Een beeld dat bij mij blijft hangen, is dat Drucker vooral een goeroe is vanuit het traditionele hiërarchische perspectief. Hij doet ook nogal wat stellige uitspraken die binnen een traditionele hiërarchie al enigszins aanvechtbaar zijn, maar die bij zelfsturing hun logica totaal verliezen.

Ik krijg dingen voor elkaar. Ik gedraag me niet autocratisch, maak me zelden boos en reageer irritaties niet af op de mensen waar ik mee samenwerk. Ooit zei een opdrachtgever tegen me dat hij vond dat zo nu en dan een oorlogje voeren “erbij hoorde”, waarmee hij impliciet een oordeel over mijn opereren uitsprak. Namelijk dat ik te weinig oorlogjes voerde. Een manager vond een keer dat ik “er meer bovenop kon zitten”. Een andere manager vond dat ik meer de knoet moest hanteren en weer een andere manager begreep domweg niet wat ik aan het doen was. Dat laatste, gewoon omdat mijn manier van omgaan met mijn collega’s, derden en/of medewerkers (ik was zelf ook vrij lang manager) heel anders was dan de zijne. Hijzelf zat zijn medewerkers voortdurend achter de broek.