Door te kijken naar bedrijven die beter presteren dan de anderen en alleen naar die bedrijven is het onmogelijk om uitspraken te doen over factoren die het presteren van bedrijven in positieve zin beïnvloeden. Toch is dit iets wat in heel veel boeken van zogenaamde managementgoeroes gebeurt. In “The Halo Effect” rekent Rosenzweig hier genadeloos mee af.

Van medewerkers en leiders wordt vaak verwacht dat ze empathisch zijn of empathischer worden. Daar is niets mis mee zou je zo zeggen. Ik heb dat ook lang gedacht. En ik ben nog steeds van mening dat enige empathie positief werkt op het omgaan van mensen met elkaar. Maar, er zijn grenzen. Lezing van “De meeste mensen deugen” van Rutger Bregman zette me hierover aan het denken.

Uit bovenstaand citaat uit Rutger Bregmans “De meeste mensen deugen” kunnen ouderwetse bazen hun lessen trekken. Als bazen altijd alleen maar de negatieve aspecten van het functioneren van een medewerker aankaarten, dan bouwen ze nooit een relatie op. De medewerker zal een hekel aan hen krijgen. En, voor mensen waar je een hekel aan hebt, loop je minder hard. Toch?

In “Betekenisvolle samenleving” zet Arno van Doorn (naast veel andere onderwerpen) zijn kijk op communicatie uiteen. Hij onderscheidt daarbij in navolging van Weaver twee onafhankelijke processen. Namelijk een proces dat informatie genereert en distribueert en een proces waarin deze informatie wordt waargenomen en geïnterpreteerd. Met die interpretatie krijgt de informatie “betekenis”. Communicatie is zo een proces van betekenisconstructie.
Er ontstaat kennis in de hoofden van mensen. “Kennis is het product van informatie en informatieverwerking”.

Ik heb al vaker aandacht besteed aan het zoeken, verzamelen en gebruiken van ‘best practices’. Dat is namelijk niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. In “The Halo Effect” van Phil Rosenzweig kwam ik het bovenstaande tegen. In mijn ogen ook weer een waarschuwing rond het gebruik van ‘best practices’. Pregnant genoeg om ook maar eens te bloggen, leek me.