Soms zetten teksten die je leest je aan het denken. Soms lees je kort na elkaar dingen die je associatief met elkaar verbindt. Soms zetten teksten die helemaal niet met werken of management te maken hebben je toch aan het denken daarover. Ook weer omdat je ze daarmee verbindt.

 

Knausgård geeft hierboven een best opmerkelijke observatie. En, hij lijkt ook te kloppen. Het lijkt haast te suggereren dat we nog steeds aan vervreemding lijden, maar dat we dit intussen hebben verstopt achter meer positieve ideeën over zelfverwerkelijking. En misschien is dat deels ook wel zo, bijvoorbeeld voor mensen die werk doen waar ze zelf niets uithalen en dat ze alleen doen om enige bestaanszekerheid te hebben.

Management is geen wetenschap. Het is een praktijk. Een praktijk in een beweeglijke onvoorspelbare of VUCA-wereld (VUCA = Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguous). Wat managers weten, wat zij geleerd hebben, dat kan morgen achterhaald zijn. Een methodiek, een instrument dat gisteren waardevol was, kan morgen geen enkele waarde meer hebben. Van managers mag je verwachten dat ze zich flexibel opstellen ten opzichte van de dagelijkse werkelijkheid. Het is fijn als managers veel methodieken en instrumenten kennen, want dan hebben ze een goed gevulde gereedschapskist waar ze uit kunnen putten in hun dagelijkse werk.

 

Kent u Mandelbrotverzamelingen (genoemd naar Benoît Mandelbrot) en fractals? Ja? Mogelijk doordat deze aangehaald werden in literatuur over complexiteit en chaostheorie, mogelijk in relatie tot mensen en management?

Ja?

 

In het Stedelijk Museum van Schiedam zagen we een tentoonstelling met werken van Zoro Feigl. Eén van zijn werken bestond uit een soort enorme doorzichtige “schaal” die aan het plafond hing. De schaal bewoog. In de schaal lagen duizenden ronde bolletjes. Door de beweging van de schaal bewogen deze kogels heen en weer. Nooit hetzelfde, maar wel bepaalde patronen volgend. In het bijschrijft werd een vergelijk getrokken met spreeuwenzwermen.