Het overgrote deel van de organisaties in Nederland kent nog altijd een hiërarchische structuur. Het organigram heeft de vorm van een hark. Hoe hoger in de hark, hoe meer macht. Deze organisatievorm heeft bijgedragen aan onze huidige welvaart, maar kent ook de nodige problemen en past daardoor niet meer zo goed  in onze tijd. Een tijd waarin individuen meer verantwoordelijkheid willen dragen, zich niet graag beknot en beperkt weten door managers die een stapje hoger in de hark opgeklommen zijn. Medewerkers worden graag gehoord. Dat staat, zoals Van Doorn hiervoor stelt, op gespannen voet met de aard van de hiërarchische organisatie. Van Doorn stelt dat het uitoefenen van macht tot een beperking van het luisteren kan leiden. Graag voeg ik daar nog aan toe, dat zelfs als de manager luistert, de medewerker lang niet altijd het achterste van zijn tong zal laten zien. Want, hij staat ook in een afhankelijke positie ten opzichte van zijn manager(s).

Phil Rosenzweig plaats in “The Halo Effect” kanttekeningen bij het fenomeen “blijvend succes van bedrijven”. Dit als tegenreactie op allerlei publicaties waarin managementgoeroes juist dat blijvende succes voorspellen als je hun aanbevelingen maar gauw implementeert.

Het bovenstaande citaat komt uit “De meeste mensen deugen” van Rutger Bregman. Hij haalt daarin Jos de Blok, de oprichter van Buurtzorg, aan.

De vaardigheden die iemand zich in zijn leven tot dan toe eigen heeft gemaakt, passen niet allemaal bij iedere organisatie waar iemand in terecht kan komen. Die vaardigheden moet hij dus soms afleren. Als hier heel sterk op wordt gelet en getraind, dan ontstaat een vorm van totalitarisme. Dan kan de ‘onttraining’ zo ver gaan dat mensen een groot deel van hun individualiteit verliezen. De aanpassing kan zelfs zo ver gaan dat mensen zich sterk afhankelijk gaan opstellen, dat ze afgestompt raken en emotiearm en initiatiefloos worden.